Ton Wilthagen



Prof. dr. Ton Wilthagen is hoogleraar arbeidsmarktstudies aan Tilburg University. Wij spraken met hem over zijn visie op jeugdwerkloosheid. Waar ligt het probleem nou eigenlijk maar vooral: wat kunnen wij daaraan doen?

Maatschappelijke problemen aanpakken

“Ik woon in Tilburg en werk op de universiteit dus ik voel me erg betrokken bij de stad en haar problemen. Ik vind het heel logisch dat een universiteit die vooral uit publieksgeld wordt gefinancierd, ook iets terug moet doen voor de maatschappij. Wij willen graag onderzoeken wat er speelt in de regio Midden-Brabant en wat je nou als Universiteit echt kunt bijdragen aan het oplossen van problemen zoals jeugdwerkloosheid. Er is genoeg inspiratie en creativiteit om met nieuwe oplossingen te komen, dat merk ik aan mezelf ook. Dat ik mijn werk en mijn passie voor maatschappelijke problemen kan combineren vind ik heel belangrijk.”

Wie de jeugd heeft, heeft de toekomst

“Waarom ik het zo belangrijk vind om iets aan jeugdwerkloosheid te doen heeft meerdere redenen. Als eerste natuurlijk vanwege de jongere zelf. We weten allemaal wat er gebeurt als je lang geen werk hebt. Dan heb je geen inkomen en kun je dus geen woonruimte huren, laat staan kopen! Daardoor begin je ook niet aan een relatie of een gezin. Zo loop je een grote achterstand op. Aan de andere kant speelt de stad ook een grote rol. Als je als stad jongeren niet mee laat doen aan in de samenleving, verlies je je aantrekkingskracht. Bedrijven vestigen zich graag in een omgeving waar goed opgeleide jongeren zitten. Als die er niet zijn, blijven die bedrijven ook weg. En als die bedrijven vertrekken, komen de jongeren ook niet meer terug. De toekomst van de jongeren hangt dus sterk samen met de toekomst van de regio. Het spreekwoord is niet voor niets: ‘wie de jeugd heeft, heeft de toekomst.’ Het laatste wat je dan dus moet doen als stad is jongeren langdurig op de reservebank zetten. Daarnaast is er ook nog een hele grote groep jongeren die letterlijk uit beeld zijn. Voor die jongeren is de toekomst helaas enorm somber. Als jij als jongere niet in staat bent om jezelf te ontwikkelen dan ga je jezelf echt tegen komen! Daar moet verandering in komen en daar ben ik heel druk mee bezig.”

De Startersbeurs

“Ik ben in de crisistijd begonnen met het ontwikkelen van de Startersbeurs. Jongeren voelen als eerste het effect van een crisis. Ze komen dan namelijk terecht in een vicieuze cirkel: je komt niet aan werk want je hebt geen ervaring maar je kan ook geen ervaring op doen want je komt niet aan werk! Deze cirkel wilde ik heel graag doorbreken. Voor studenten bestaat er een studiebeurs en daarom bedacht ik voor starters de Startersbeurs. We begonnen hiermee in Tilburg, daarna haakte Rotterdam aan en inmiddels zijn er meer dan 160 gemeenten mee gaan doen. Koningin Máxima wilde zelfs op bezoek komen om naar ons innovatieproject te komen kijken! Zij heeft tijdens haar bezoek ook gesproken met een groep jongeren die een Startersbeurs hadden, heel mooi om te zien dat de Startersbeurs dat teweeg kan brengen.”

Jongerenpunt

“Ik zag dat de Startersbeurs werkte en dat zette me aan het denken: waarom zouden we niet gaan streven naar het helemaal laten verdwijnen van jeugdwerkloosheid? Ik werd voorzitter van een Europese taskforce ter bestrijding van jeugdwerkloosheid. Dat Europese beleid zegt: ‘je moet jongeren binnen vier maanden van de bank af krijgen.’ Deze doelstelling wilde ik ook gaan gebruiken in onze regio, zo streven we ernaar dat jongeren binnen een paar maanden een goede start kunnen maken. Dit idee is gelukkig in de politiek omarmd en vastgelegd. Natuurlijk is het moeilijk en ik krijg ook vaak de reactie: ‘dat is wel een hele ambitieuze doelstelling!’ Maar wat is het alternatief? Al die jongeren kwijt raken? Tilburg is natuurlijk ook een studentenstad, maar als die studenten allemaal verdwijnen wordt de stad natuurlijk veel minder aantrekkelijk. Uit die Europese doelstelling is het Jongerenpunt ontstaan. De gedachte hierachter was dat er een vast punt moest komen voor jongeren, waar zij kunnen aankloppen met al hun problemen op het gebied van werk, scholing en inkomen en ook écht geholpen worden.”

De maatschappij mist flexibiliteit

“Jeugdwerkloosheid heeft te maken met de gezinssituatie waarin kinderen opgroeien, wat voor vrienden ze hebben en hoe de financiële situatie thuis was. Je ziet dat jongeren eigenlijk altijd de juiste motivatie hebben, maar, vanwege bijvoorbeeld een taalachterstand, in de problemen komen en zo gedemotiveerd raken. Dat kan ervoor zorgen dat die jongere eerder stoppen met school en geen startkwalificatie halen, wat het probleem juist alleen maar groter maakt! Jongere denken dan al snel: ‘ik zoek het allemaal zelf wel uit.’ Aan de andere kant liggen er ook aan de organisatiekant een aantal problemen. Als je na je 27e nog een opleiding wilt gaan volgen, zeggen een heleboel scholen dat je te oud bent. De maatschappij is dus niet flexibel genoeg om jongeren een fatsoenlijke start te geven. Jeugdwerkloosheid ontstaat dus door een combinatie van persoonlijke omstandigheden en de maatschappij die niet ingericht is op jongeren die niet de ‘normale weg’ volgen.

Van vroeger tot nu

“De arbeidsmarkt is in de afgelopen jaren heel sterk veranderd. Als je vroeger werk had dan had je ook echt werk, waar je lang mee vooruit kon. Tegenwoordig is de arbeidsmarkt veel flexibeler geworden, je krijgt niet meer een baan voor het leven. Je moet je keer op keer bewijzen, zorgen dat je dat vaste contract krijgt. Het is dus niet meer nodig om alleen maar aan werk te komen, het is nodig om aan het werk te blijven. En daar zit precies het probleem voor de jongeren van tegenwoordig. Als ze een baantje hebben is dat vaak maar voor heel kort. Daarnaast is studeren een stuk duurder geworden. Doorstuderen is niet zo vanzelfsprekend meer want dat kan ervoor zorgen dat je een hele hoge schuld opbouwt en in de toekomst nog steeds bepaalde dingen niet kunt doen omdat je het gewoonweg niet kunt betalen. In feite is de situatie dus veel ingewikkelder geworden en dat is dus het grote verschil met vroeger.

Iedereen heeft talent

“De eerste stap die een jongere moet zetten om van de bank af te komen, is een keer kritisch naar zichzelf kijken: “Waar sta ik nu? Wat deed ik tot nu toe? Waar ben ik goed in? Wat vind ik leuk? Wat heb ik bedrijf te bieden?” Het gaat echt om de basis. Dit kan een jongere natuurlijk niet alleen, hij of zij moet daarin ondersteund worden. Die basis zorgt ervoor dat ze zich kunnen gaan ontwikkelen en uiteindelijk op een plek terechtkomen waar ze zich echt thuis voelen, want dat is het allerbelangrijkst. Ze moeten beseffen dat hun huidige situatie ervoor gaat zorgen dat ze te weinig kansen krijgen maar dat het wel mogelijk is om iets aan situatie te doen. Daarna hangt het heel erg af van de situatie wat de volgende stap gaat zijn. Er moet anders gehandeld worden bij iemand die geen startkwalificatie heeft, dan bij iemand die na zijn studie geen baan kan vinden. Samen met het Jongerenpunt kan je dan gaan kijken wat de juiste oplossing gaat zijn, er zijn zoveel mogelijkheden! Iedereen is ergens goed in, iedereen heeft talent, maar dat talent moet herkend worden en dan kun je er pas iets mee gaan doen.”

Van leergierige jongen tot hoogleraar

“Ik was een leergierige jongen. Ik had een talenknobbel maar vond bijvoorbeeld geschiedenis ook heel leuk. Op de middelbare school deed ik VWO, waar mijn interesse in de maatschappij heel groot werd. Dat was ook de reden dat ik koos voor de studie sociologie, eerst in Tilburg en toen in Amsterdam. Tijdens mijn studie kwam ik in contact met een aantal hoogleraren die een nieuw instituut aan het oprichten waren en zij vroegen mij of ik daar wilde solliciteren. Na mijn studie heb ik dus, na een paar maanden, gesolliciteerd en ik werd aangenomen. Daar begon mijn wetenschappelijke carrière. Ik had het geluk dat er mogelijkheden waren die ervoor zorgden dat ik door kon groeien. Zo klom ik op van gewoon onderzoeker tot hoofdonderzoeker en vervolgens werd ik hoogleraar op de Universiteit van Tilburg. Naar verloop van tijd werd ik fulltime hoogleraar en kreeg ik de mogelijkheid om een eigen instituut op te richten. Zo zie je dat ik van leergierige jongen ben opgegroeid tot een persoon die eigenlijk alles boeiend vind. Ik ben heel geïnteresseerd en betrokken en dat zie je terug in mijn werk. Ik ben erg geïnteresseerd in hoe de maatschappij zich ontwikkelt, hoe mensen zich ontwikkelen, ik kom op veel plekken, heb een groot netwerk opgebouwd dus ik kan nu met mijn netwerk en mijn kennis veel in gang zetten en dat vind ik echt heel mooi.”

Mooie momenten

“Mijn mooiste moment was net nadat ik de Startersbeurs had opgericht. Ik gaf ergens een lezing en na afloop kwam er een vrouw naar me toe die aan mij vroeg: “U bent toch die meneer die de Startersbeurs, heeft opgericht? Ik wil u heel erg bedanken want mijn dochter zat anderhalf jaar thuis en we leden er allemaal onder, het was echt verschrikkelijk. Ze is toen een Startersbeurs gaan doen en ze heeft nu gewoon werk. Het heeft ons hele gezin geholpen!” Dat is zo mooi, dat is waar je het voor doet. Daarnaast zat er zoveel onderzoek in de Startersbeurs, daar hebben twee van mijn collega’s hun proefschrift op kunnen baseren en zo snijdt het mes aan twee kanten. Dat is mijn missie: de wetenschap verder helpen en de maatschappij verder helpen.”